Acteur gevraagd trio pjes

acteur gevraagd trio pjes

...

Geil en dik sex markt nl



acteur gevraagd trio pjes

...

Veel inwoners waarderen dit project van SBI. Dan ben je meteen thuis. Het Ontmoetingskerkkoor bestaat 50 jaar en de Cantorij 30 jaar.

Achter het orgel neemt plaats Cees Verschoor, aan de piano zit Henk Hoff, op de viool is te horen Wal- ter Kanning en Margiena van der Roest speelt dwarsfluit.

Sopraan is Margriet van der Werff. Deze bijzondere avond wordt gepre- senteerd door Arie Langeveld. Prachtige strakblauwe luch- ten wisselen af met regen en flink wat wind of mooie, veel fantasie opwekkende wolkenformaties. Prima omstandigheden om de verkleuring van de blaadjes te bevorderen, ze in grote hopen op de grond te krijgen.

Daar kun je zo lekker doorheen 'schuifelen'. Tijd om een fikse herfstwandeling te maken. Plaatsen genoeg waar dat allemaal kan. Graag beveel ik u de Amsterdamse Waterleiding- duinen of de Kennemerduinen daarvoor van harte aan. In deze tijd met haar vele trekvogels, vooral 's morgens goed te zien, en 's avonds de kans op burlende herten.

Uitge- lezen plekken om van de natuur te genieten. De groei van heel veel padden- stoelen is nu ook nog volop aan de gang. In verscheen het Ver- kade-album Paddenstoelen met voor op de kaft prachtig geteken- de vliegenzwammen. U weet wel, rood met witte stippen en meestal te vinden in de buurt van berken. Thijsse schreef hierin, dat hij ongeveer een gros stuks aan paddenstoelen heeft afgebeeld, maar dat hij er daarvan een tal met gemak zou kunnen omruilen voor 30 andere.

In het voorwoord van het album meldt Thijsse, dat hij de giftige paddenstoelen zowel op de ach- terkant van de in te plakken plaatjes als bij de onderschriften heeft aangeduid met een zwart kruisje.

Ook is dat gedaan bij de naamsaanduiding in het register. Terecht maakte hij zich zorgen dat zijn populaire album mensen wel eens onvoorzichtig zou kunnen maken bij het verzamelen van in hun ogen eetbare paddenstoelen. Thijsse zou Thijsse niet zijn als hij de paddenstoel niet zou bena- deren vanuit menselijk oogpunt.

De hoofdstukken van het album geven dat al aan. Mooie padden- stoelen; hoe paddenstoelen groei- en; nuttige paddenstoelen; gevaar- lijke paddenstoelen; geurige pad- denstoelen en als het wintert. Bijzonder interessant is zijn ver- handeling over paddenstoelen, die bomen doden en opruimen.

In het bos treft u er aardig wat. De dennenmoorder, de porselein- zwam, de berkenzwam, de dool- hofzwam, de reuzenzwam en de populierenzwam. Ook de honingzwam Armillaria mellea hoort in dit rijtje. Tegen- woordig heet die de echte honing- zwam zie foto , want er zijn vele soorten van.

Ze leven op de wortels en het hout van levende, maar dan wel zwakke bomen en op dood hout. Voor loofbomen is de echte honingzwam een gevaar- lijke soort. Ondergronds maakt hij lange zwarte, touwdikke dra- den, die van de wortels van de ene boom naar de andere gaan en die dan aantasten. De zwam staat meestal in bundels van meerdere, soms wel meer dan 20, hoeden. Het is een overal in ons land voorkomende plaatjes- zwam, die in de herfst tot wel in december te vinden is.

De prachtige, honingbruine hoed met donkere schubjes en lichte plaatjes krijgt een diameter van tussen de 5 tot 15 centimeter. Ze staan op 7 tot 14 centimeter hoge stelen, die er vezelachtig uitzien en met roze tot rood kleuren. Rond de steel zit een manchet, een wit ringetje. Dat is het overblijfsel van het vlies, dat bij de groeiende pad- denstoel de plaatjes moet bescher- men. Bij de veel in onze duinen voorkomende parasolzwam komt zo'n manchet ook voor.

Als u onze website www. Op zondagen en maandagen zijn we gesloten en op de andere dagen sluit het hek om Dat duurt tot 1 april volgend jaar. Op de tijden dat we wel open zijn, is er erg veel te zien. Vooral nog veel bessen en bottels, late bloeiers, paddenstoe- len natuurlijk en flink wat vogel- soorten.

In het Instructielokaal is altijd wel iets bijzonders te leren. Ga er eens op een zaterdag met de klein kinderen heen. Veel genoegen in de natuur deze maand, die ook wel nevelmaand genoemd wordt, wensen u, Willem Holthuizen tekst en Ekke wolters foto , rondleiders in thijsse's hof.

Kinderkookset 3-delig Voor kinderen vanaf 6 jaar, leuk geschenk voor ambitieuze jonge koks, complete set voor koken en bakken. Gemaakt door Sola, trendy uiterlijk, vaatwasmachine bestendig. I Bestekset Sola Capri mat 10 pers. Hiermee is vast komen te staan waar de gemeente het komende jaar het geld aan gaat besteden. Begroting De begroting van de gemeente Bloemendaal geeft weer welke doelen we willen bereiken, welke producten en diensten we leveren en hoeveel geld dat gaat kosten.

De Begroting bestaat uit verschillende programma's. Hierbinnen ziet u ook de inkomsten van de gemeente terug. Graag presenteren we u hier een beknopte samenvatting, de Begroting in éën oogopslag.

Waar geven we het aan uit? Openbare orde en veiligheid 2. Inrichting en onderhoud openbare ruimte 5. Onderwijs en jeugd 3. Volksgezondheid en milieu 1. Ruimte en wonen 8. Algemene dekkingsmiddelen 1,5 In de meerjarenbegroting is circa 1,5 miljoen doorgevoerd aan bezuinigingen en heeft de organisatie ruim 2 miljoen aan koopkracht ingeleverd door het achterwege laten van indexering. Zo wapent het bestuur zich tegen de aanhoudende economische crisis.

Het perspectief voor is niet ongunstig. Voor de jaren na kantelt het beeld door een forse korting op het gemeentebudget door het Rijk.

De gemeente zal dan ook bovenop de reeds doorgevoerde ombuigingen nogmaals 1 miljoen euro moeten vinden in de begroting. Daarmee krijgt het nieuwe gemeentebestuur dat in gevormd gaat worden een lastige opgave. We zien mogelijkheden in intensievere samenwerking.

Zowel met burgers als met buurgemeenten en andere overheden, zoals bij de veranderingen binnen het sociale domein al gebeurt. U kunt de gehele begroting inzien op www. Hier kunt u ook de uitzending van de Begrotingsraad met de Algemene Beschouwingen terugzien. Wij blijven graag samen met u werken aan een toekomstbestendig en financieel gezond Bloemendaal. Leges en heffingen 4. Voor staat op het programma dat alle brengparkjes ondergronds worden gebracht en de papierinzameling in alle dorpskernen gelijk wordt.

Voor razendsnelle toegang tot Apps en bestanden. E-mailen terwijl je video kijkt met Pop-up Play. Electro World Schoonderbeek H. Dit is een avondvullend liedprogram- ma vol ernst en vrolijke satire van Ton Hoenderdos. Nederlandstalige liedjes, stevig geïnspireerd op Bloemen- daal, haar inwoners en vooral ook inwoonsters, variërend van heel serieus tot ironisch amusant.

De voorstellingen vinden plaats in de Hartenlustschool, aan de Vijver- weg 31 in Bloemendaal. Aanvang op beide dagen is om De toegangsprijs bedraagt 10 euro. Wet- houder Lukas Mulder: Deze worden uitgereikt aan gemeenten, die het afgelopen jaar per inwoner het meeste ener- giebesparing en duurzame ener- gieproductie hebben gerealiseerd.

De winnaars worden bepaald op basis van de gegevens uit de C monitor www. Daarnaast wordt de jaarlijkse Ambitie Award uitgereikt. Gedepu- teerde Jaap Bond, portefeuillehou- der duurzame energie, overhandigt de Awards op 14 november tijdens het jaarlijkse Bestuurlijk Congres van het Servicepunt. Een gemiddeld Haarlems gezin verbruikt minder elektra dan een gemiddeld Nederlands gezin. Dat- zelfde geldt voor het gasverbruik. De gemeente heeft geen toegang tot de verbruikscijfers van groene stroom, maar heeft wel een steek- proef uitgevoerd.

Hieruit blijkt dat zo'n 45 procent van de Haarlem- mers groene stroom afneemt. Bij de opwekking van groene stroom komt geen C02 vrij. De Cuitstoot steeg de afgelopen jaren telkens licht, maar daalde in met 1,1 procent. Bewoners van Haarlem stootte in 3,3 procent minder C02 uit in vergelijking met Bij bedrijven kwam de C reductie op 0,7 procent uit. De uit- stoot door verkeer was 0,6 procent hoger dan in 1. Als het geschatte verbruik van groene stroom in de meting zou zijn meegenomen, zou de Cuitstoot in Haarlem in met bijna 13 procent zijn gedaald.

De prognose voor het jaar is dat de daling zich voortzet. Haarlem doet het dus uitstekend op het gebied van duurzaamheid. Het wachten is op het keerpunt van de Cuitstoot door het verkeer. Het fietsgebruik neemt toe, de popula- riteit van de auto wordt langzaam minder, de nieuwe auto's stoten minder uit. Het lijkt een kwestie van tijd.

Het verduurzamen van de Waarderpolder, het stimule- ren van het opwekken van eigen groene stroom door de bewoners middels zonnepanelen, het beter isoleren van huizen en de inkoop door de gemeente zelf van groene stroom van het Amaliawindpark in de Noordzee dragen allemaal flink bij aan de doelstelling 'Haarlem Kli- maatneutraal '. Vorige week zaterdag was de Haarlemse Heerlijke Huizen- route, waar huiseigenaren lieten zien aan het publiek wat ze hebben gedaan om hun huis duurzamer te maken.

Dat was een enorm succes. Heel praktisch en inspirerend voor de bezoekers. In lagen op onge- veer adressen in Haarlem zon- nepanelen op het dak, dat is 1 op de Dit jaar zijn er woningen met in totaal circa 4.

Tot en met 13 november kunnen huiseigenaren zich weer inschrijven voor een groepsaankoop voor zonnepanelen onder de naam SamenZonneEner- gie. Duurzaam energiegebruik is bij de gemeente Haarlem en bij de Haarlemmers niet meer weg te den- ken en zal de komende jaren alleen maar toenemen. Haarlemsche Tooneel Club met 'Mijn slappe komedie 1 in Luifel heemstede - Hilarisch, venijnigen door- spekt met humor, dat is de komedie die de Haarlemsche Tooneel Club 30 november en 1 december in Theater Casca de Luifel in Heemstede speelt.

Met 'Mijn slappe komedie voor vier mensen een handjevol personeel en een tafel die niet vrijkomt' van Magne van de Berg laat de theatergroep, die vorig jaar haar jarige jubileum vierde, zich weer eens van een heel andere kant zien. Het is de krachtige manier van schrijven van Magne van den Berg wat dit toneelstuk zo bijzonder maakt.

De pure en scho- ne spreektaal zonder opsmuk is iets waar ik zelf ook erg van hou. Het HTCspeelteen hilarisch, venijnig toneelstuk, dat doorspekt is met humor Foto: Het is een alledaagse situatie, die iedereen kan overkomen.

Het is ook zo lek- ker oer-Hollands. We gaan zonder ruzie en beschaafd uit elkaar, maar uiteindelijk draait het toch om wie de caravan nu eigenlijk krijgt. Omdat de tafel niet vrij- komt, wachten ze in de bar bij het restaurant.

Personeel loopt af en aan, maar niemand lijkt hen aan hun gereserveerde tafel te kunnen helpen. De spanning loopt al snel hoog op en het is vooral Louise, die met haar venijnige opmerkingen de toon weet te zetten.

Arma Klaasen is enthousiast over haar rol en het toneelstuk: Er wordt ontzettend veel gezegd met een dubbele bedoeling. Mijn rol is een heel leuke, maar zeker geen makkelijke rol. Het is een toneel- stuk met veel korte zinnen en veel herhalingen. Voor het publiek is het wel ontzettend leuk en herkenbaar, want iedereen kent wel zo'n type vrouw, die iets te direct is tegen haar omgeving. Het is overigens een vrouw waar je absoluut niet getrouwd mee wil zijn, want het is gewoon een vreselijk mens.

Kaarten a 12,50 euro zijn te bestel- len via de website wwwhaarlem- schetooneelclub. Een spannend, virtuoos en origineel programma, dat zij op 23 november zullen uitvoeren in de Oude Kerk in Heemstede.

Harpiste Lavinia Meijer is momen- teel één van Nederlands meest pro- minente klassieke musici en wordt veelvuldig in de media gesignaleerd. Ook celliste Quirine Viersen en vio- liste Liza Ferschtman hebben over aandacht en succes niet te klagen. Lavinia Meijer heeft zojuist een nieuw album in Nederland uitge- bracht, Passagio, dat volgend jaar wereldwijd wordt uitgebracht op het label Sony Classical Internatio- nal.

Het album, met een selectie van werken van componist en pia- Violiste Liza Ferschtman Foto: Die wordt in de Haarlemse perserij Record Industry gefabriceerd. Meijer over haar optreden met de andere twee: Harp met strijkinstrumenten kleurt altijd bijzonder goed en ik verheug me erg op de samenwerking met Liza en Quirine.

Het kan niet anders dan een groot feest te worden. Aanvang van de voorstelling in de Oude Kerk, aan het Wilhelmin- aplein in Heemstede, is om Kaarten a 21,50 euro zijn ver- krijgbaar via tel.

Later kreeg ik ook een pijnlijke kuit. De pijn dwong me steeds vaker te stoppen. Toen ik er tegenop begon te zien om de deur uit te gaan, heb ik een af- spraak gemaakt bij de huisarts.

Deze verwees me direct door naar de vaat- specialist van Keizer Kliniek die mij met een persoonlijk behandelplan van mijn vaatproblemen afhielp. Daarbij wordt met moderne apparatuur vastgesteld waar het vaatprobleem zit. Zelden is een operatie of andere ingreep nodig om het op te lossen.

Het team stelt een behandelplan op en zorgt voor goede begeleiding waardoor de klachten vaak binnen afzienbare tijd verdwijnen. Vaatproblemen Weinig mensen zijn zich bewust van de risico's van onbehandelde vaatklachten. Vaatproblemen be- ginnen onschuldig. Veel mensen hebben een zwaar en pijnlijk gevoel in een van de benen. Tijdens het lopen dwingt de pijn je te stoppen met lopen.

Ook 's nachts is er vaak pijn die vermindert als het been uit bed hangt. Onderzoek en gerichte behandeling door een ervaren spe- cialist kan vaatproblemen vaak op- lossen of in ieder geval sterk verbe- teren.

Ze zijn gespecialiseerd in de behandeling van vaatproblemen zoals spataderen en ader- vernauwing. Als doorverwijzen nodig is, hoeven onder- zoeken daardoor niet opnieuw plaats te vinden. Via deze groepsaankoop is het mogelijk om een compleet zonnepanelensysteem aan te schaffen tegen een scherpe prijs. U bespaart hiermee direct op uw energierekening en u draagt bij aan een beter milieu. Aanmelden Geïnteresseerden kunnen zich tot en met 13 november gratis en vrijblijvend inschrijven op de website www.

Hoe meer mensen zich inschrijven voor de groeps- aankoop, des te scherper wordt de prijs. Veiling Op 14 november vindt de veiling plaats onder gekwalificeerde zonnepanelenleveranciers. De deelnemers ontvangen vanaf 25 november per e-mail vrijblijvend een persoonlijk aanbod van de leverancier met het beste bod.

Denk aan scholen, sportkantines en speeltuingebouwen. Wij proberen u per ruimte van zoveel mogelijk informatie te voorzien. Als u meer informatie wenst of een afspraak wilt maken kunt u direct contact opnemen via www. Bent u slecht ter been of weinig tijd voor de kapper. Ik kom naar u toe. Dus bel voor een afspraak. Ik zet uw 8 mm smalfilms, Vhs, Beta, Jvc en minidv over op dvd. Uw folder als nieuwsbladbijlage op de deurmat! Verkoop 2ehands artikelen met garantie: Lcd-tv's, PC's laptops, audio, video, gsm's, dvd, cd, fietsen, gereedschap, Playstation Xbox, games, enz.!

Rijksstraatweg Haarlem-noord, Ook kinderen vanaf 7 jaar Zondags ochtend tijdens schooljaar Per kwartaal opzegbaar pachitanglang-heemstede. Als onderdeel van zijn promotietour voor zijn nieuwe cd 'De mooiste jaren komen nog' kwam hij na een bezoek aan Q-music naar Haarlem toe.

Dit is veel persoon- lijker. Ik zie nu tenminste met wie ik praat. Nederlandstalige artiesten zouden sowieso deze stations beter moeten ondersteunen. Ze zijn name- lijk heel belangrijk voor ons. Nou, als ik kijk wat er dit jaar met mij is gebeurd, allemaal mooie dingen.

Deze cd is vanuit het niets op plaats 1 binnengekomen in de Top Mijn tv-programma Bananensplit krijgt een vervolg en mijn tv-programma Vive la Frans' is heel goed bekeken.

Ik had onver- wacht succes met mijn vertolking van een nummer van Rammstein bij Giel Beelen op 3FM en mijn the- atertour gaat weer van start. Bauer is er zichtbaar trots en blij mee. Opvallend is dat hij ook echt in mij geïnteres- seerd was. En dat zegt hij ook: Als de twee heren eerst rustig staand poseren, zegt Bauer ineens: Ik gooi er wat beweging in. Beiden lachen flink voor de camera.

Na afloop van de fotoshoot lacht Frans Bauer iedereen toe: Dat Balkanmuziek hand in hand gaat met plezier en zelfspot, bewijst het Servische Carlama Orkestar. Met veel bombarie, uptempo ritmes en lyi- sche melodieën houden de musici de brassbandtraditie in ere. Het woord 'carlama' verwijst naar 'wilde dans' en 'uitbundig feest'. Bijzonder is de bezetting van de groep. Naast percussie is bijna de gehele saxofoonfamilie vertegen- woordigd: In bracht de band het eerste album Barabe!

Op 1 november van dit jaar kwam Carlama Orkestar met de opvolger Meka Bela. Dit resulteert in vernieuwen- de grooves, zoals een Csardas bege- leid met lepels, de Balkanrap met davul op Slatko, het gebruik van tamboerijn op Blato en het gebruik Carlama Orkestar Foto: De teksten gaan over traditionele Balkanthema's, zoals de kwaliteit van maaltijden, het belang van een goede barbecue en het genot van het hebben van een eigen witte Mer- cedes.

Ze gaan ook over moderne grote stadsonderwerpen als talen- tenshows en reality tv. En over de botsende werelden van mooie oude auto's en het milieu, over traditio- nele ambachten en snelle commer- ciële successen. Een halfuur voor aanvang gaat de zaal open.

De Pletterij is te vinden aan de Lange Herenvest in Haar- lem. Het samenwerkingsverband Samen Veilig Ondernemen, dat bestaat uit Winkeliersvereniging Schalkwijk, politie, brandweer, gemeente Haar- lem en Samen Veilig Ondernemen, hebben maandag diverse verbeter- punten in kaart gebracht als start- punt voor het certificaat Samen Veilig Ondernemen SVO.

Dit cer- tificaat is het vervolg op de eerder behaalde drie sterren ter bevorde- ringvan de veiligheid in het winkel- centrum. Afgelopen maandag is door de werkgroep SVO een uitge- breide inspectie uitgevoerd dag- schouw van het winkelcentrum, waarbij aandachtspunten en risi- co's zijn geïnventariseerd. Onder- nemers hebben een enquête ont- vangen, waarin zij verbeter- en aandachtspunten kunnen aange- ven op het gebied van veiligheid.

Aan de hand van de dagschouw en de enquête zal de werkgroep vier maatregelen kiezen waar het komende jaar aan gewerkt gaat worden. Schalkwijk is veiligheid gelukkig vanzelfsprekend. Toch is het niet altijd makkelijk om veiligheid te handhaven. Daarvoor is het goed dat er een publiek-private samen- werking is tussen het winkelcen- trum en de lokale autoriteiten.

Het winkelcentrum beschikt over een permanente beveiligingsdienst en een goed werkend cameratoe- zichtsysteem. Ondanks dit alles is het van belang om de contacten met de politie en handhaving nog steviger te maken en de samen- werking te optimaliseren. Hier is SVO uitermate geschikt voor. Tevens kunnen er met de gemeen- te afspraken gemaakt worden over verbeterpunten in de buiten- gebieden van het winkelcentrum.

De aangebrachte verbeterpunten worden in kaart gebracht en zul- len na aanpak leiden tot een cer- tificering van het SVO. Om de veiligheid verder te verbeteren, zal het winkelcen- trum deelnemen aan het Donkere Dagen Offensief en zal er verder gewerkt worden aan de uitstra- ling in en om het winkelcentrum.

Tevens wordt de bestrating gecon- troleerd en wordt jeugdoverlast verder aangepakt. In het bijzonder zijn Haarlemse figuranten welkom. Want wat is nu mooier dan als Haarlemmer in een historische film te figureren, die zich in Haarlem afspeelt?

Omdat er in Haarlem te veel veran- derd is, heeft men moeten uitwij- ken naar deze buitenlandse steden. Zondag 10 november wordt er de hele dag in Leuven gedraaid en de week erop, zondag 17 november, in Brugge.

In beide historische ste- den wordt er buiten gedraaid. Iedereen vanaf 1 8 jaar en ouder kan zich aanmelden per e-mail: De vol- gende informatie moet in de mail staan: Filmaatschappij Fu Works zorgt voor eten en drinken. Figu- ranten ontvangen een vergoeding van 20 euro, zij moeten zelf voor vervoer naar België zorgen. Gedreven door ver- driet en haat, als gevolg van de executie van haar jongste dochter, leidt Kenau haar vrouwenvendel in een heroïsche strijd tegen de Spaanse overheerser.

Maar omdat ze haar angst en pijn verstopt achter een masker van verwijt en onverschilligheid, loopt ze het gevaar haar overgebleven dochter ook te verliezen. Kenau is een ver- haal over verdriet en verlies. Over de liefde tussen een moeder en een dochter, over een strijd tussen zus- sen en over het maken van keuzes. Een verhaal over de vrouw, haar rechten en mogelijkheden ten tij- den van de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden, een voor velen onbekend stukje vaderland- se geschiedenis.

Volgend jaar in de maand februari gaat de film in Haarlem in wereld- première. Speciale gast is wereldkampioen kunstfluiten Geert Chatrou. Kaarten kosten 17,50 euro in de voorverkoop en 20 euro aan de kassa open vanaf Kaarten zijn te bestel- len via albert. IVN Zuid-Kennemerland organiseert op zondag 10 novem- ber een natuurwandeling in deze verstilde plek. Een ervaren gids vertelt alles over deze monumen- ten van natuur waaronder de wijze waarop de bomen zich voor- bereiden op de winter.

De wandeling duurt anderhalf uur. Deelname kost niets en aanmelden is niet nodig. De begraafplaats bevindt zich aan de Kleverlaan 7 in Haarlem. Samen met nogzeven andere lopers renden zij in hun actieshirt van Nieren tot Spie- ren, de actie die zij met ondersteuning van hun familie zijn gestart na de suc- cesvolle transplantatie van een nier van Bert 57 naar zijn zoon Tim 27 , twee jaar geleden.

Alle Nieren tot Spieren-lopers wisten de marathon te voltooien. De actie heeft inmiddels al meer dan Maar de tijd maakt mij echt niet uit. Het is nog geen twee jaar geleden dat ik een nier van mijn vader mocht ontvangen. En nu heb ik gewoon de New York Marathon voltooid. Dat is toch prachtig? Tijdens het lopen werd zijn chip namelijk niet goed uitgelezen, waardoor het leek alsof hij was uit- gevallen op de 5 kilometergrens.

Maar op de 20 kilome- ter werd ik weer opgepikt, dus toen waren ze weer blij. De onthulling maakte onderdeel uit van een dag vol judoactiviteiten in het kader van het jubileumprogramma van het jarige Kennemer Sport- center.

Zwiers en Houkes vierden vele suc- cessen tijdens hun sportcarrière. Beiden wisten op de Olympische Spelen een bronzen medaille in de wacht te slepen.

Zwiers deed dat in in Atlanta klasse tot 66 kilo , Houkes in in Peking klasse tot 60 kilo. Claudia Zwiers werd in eigen land twaalf keer judokam- pioen en wist in de Europese titel te behalen. Onder grote publieke belangstel- ling onthulden de twee voormalige topjudoka's hun eigen metershoge portret. Ze deden dit samen met hun vroegere coaches, respectieve- lijk Cor van der Geest en Maarten Arens.

Zowel Claudia Zwiers als Ruben Houkes was bijzonder trots opgenomen te zijn in de eregalerij van aan de stad Haarlem verbon- den sporters. In de eregalerij, bevestigd aan de buitenkant van het Kennemer Sportcenter, worden Haarlemse sporthelden geëerd voor hun sportprestaties. Naast het eren van voorma- lige aan de stad Haarlem verbon- den topsporters, worden jonge en talentvolle Haarlemse sporters gestimuleerd door middel van een talentenfonds. Meer informatie op www.

Maar toen de doktoren vertelden dat ik weer mocht sporten, ben ik met- een weer aan het hardlopen gegaan. Met mijn vader samen natuurlijk, dat deden we voor mijn ziekte namelijk ook al. En toen bleek dat de New York Marathon haalbaar was, waren we niet meer te stoppen.

Een glunderende Tim tot slot: En blij met het doel natuurlijk. Onze dona- ties gaan naar Camp COOL, een kamp dat de Nierstichting organiseert om kinderen met een nierziekte voor te bereiden op een volwassen leven met hun ziekte. Het Rad van Fortuin ontbreekt niet, dus dat betekent veel mooie prijzen. De opbrengst van de bazaar gaat naar: De toegang is gratis.

Hierin stond vermeld dat geïnteresseer- den zich kunnen opgeven bij Rens van Schie via lgvanschie quick- net. Dit e-mailadres klopt echter niet, het juiste adres is: Snoek werd de afgelopen driejaar tot beste raads- lid verkozen door zijn collega's in de raad. Ook de leden van het CDA Haarlem zijn overtuigd van zijn kwaliteiten, zodat hij - zonder één tegenstem - lijsttrekker werd.

Het bestuur van het CDA Haar- lem is bijzonder verheugd met deze keuze, die 'voor continuïteit en stabiliteit in deze woelige tijd zorgt'.

Ontvangt u deze krant ten onrechte eens niet in uw brievenbus, dan wordt zeer op prijs gesteld als u dat onmiddellijk doorgeeft aan onze verspreidingsorganisatie Buijze Bestelnet. Het meest efficiënt is een klacht over de nabezorging door de te geven via www. Dat kan 24 uur per etmaal en 7 dagen per week Bezoek deze website, klik op 'uw krant niet ontvangen', vul de gevraagde gegevens in en uw klacht wordt zo spoedig mogelijk verholpen.

Gratis exemplaren van deze krant zijn verkrijgbaar bij: Willem, de kapper uit Bloemendaal, knipt niet meer. Heden is ons ontvallen Willem Akkermans 5 november Uitvaartdienst zal plaats vinden op Crematorium Westerveld Driehuis, dinsdag 12 november Dragontuina, Hoofdweg , Hoofddorp, Voor al uw tuinonderhoud, 14,50 per uur. Alles leverbaar, geheel vrijblijvend. Van heroïek is er hier echter geen sprake.

Alles staat in het teken van de dood. De bundel bevat verder enkele. Op een bepaald moment - net als in Bezette Stad is er sprake van een communistische revolutie - wordt het grote voorbeeld zelfs herhaaldelijk met naam genoemd:. Dit zijn veel meer dan wat toevallige verwijzingen. Niet alleen wordt Van Ostaijen in één adem genoemd met zijn Russische collega-dichter-revolutio-.

Van Ostaijen lijkt in alle opzichten een model voor Remy van de Kerckhove: Alle gekende esthetiek werd in een wanhopig-cynische geste overboord gegooid. Aan de gekweldheid van Van de Kerckhove veranderde de volgende jaren weinig. De titel van zijn volgende bundel Een kleine ruïnemuziek beloofde. Vanaf de allereerste woorden maakte de dichter, via een oxymoron en dus met alle contradicties vandien, duidelijk wat een gedicht voor hem moest zijn: Door haar potentiële eeuwigheidswaarde kon de poëzie loutering brengen en elk absurd verlies oorlog, dood compenseren.

Dat was, opmerkelijk genoeg, Van de Kerckhoves visie op de autonomie van het gedicht: Hoewel hij zelf beschouwd wordt als dé ethische dichter bij uitstek van zijn generatie, zag Van de Kerckhove het gedicht dus als een onafhankelijke, elke begrenzing transcenderende kracht.

Het ware gedicht laat zich niet knechten. Hoezeer schrijven voor Van de Kerckhove ook een therapeutische waarde had, blijkt uit de slotstrofe: De vraag of het dat ook voor de lezer doet, en of de verder afgedrukte gedichten in deze bundel de verhoopte eeuwigheidswaarde hebben laat ik gemakshalve onbeantwoord. Dit is het slot:. Van de Kerckhove permitteert zich misschien meer vrijheden dan Van Ostaijen de syncope is wel erg lang , maar het blijft moeilijk om dit soort gedichten niet als wat twijfelachtige pastiches te zien.

Wie Lampo hier op het oog heeft is me niet duidelijk. Gezien het tijdstip van deze recensie september sloeg het wellicht niet op de latere Tafelronde -dichters, want die hadden zich op dat moment nog niet echt geout als Van Ostaijenfans en al helemaal niet als herauten van de vernieuwende poëzie cf. En ook Van de Kerckhoves vrienden uit Tijd en Mens komen niet echt in aanmerking. Hij stelde uitdrukkelijk en helemaal in de lijn van wat Lampo twee maanden later zou schrijven: Dat kwam ook niet in zijn kraam te pas, natuurlijk.

Hem was het ook hier weer te doen om het belangrijke inhoudelijke verschil tussen de dichters, dat rechtstreeks verband hield met de fundamenteel gewijzigde wereld waarin Van de Kerckhove dichtte cf. Mij is, behalve van de toen evenmin als modernistisch geboekstaafde D'Haen, slechts één andere recensie bekend uit deze periode waarin Van de Kerckhove negatief met Van Ostaijen wordt vergeleken.

Ze verscheen in de socialistische zusterkrant Vooruit , maar wel ruim een maand later dan die van Lampo. Deze lacune is misschien te wijten aan de omwentelingen die zich in dezelfde periode voltrokken binnen de redactie van Tijd en Mens.

De andere Tijd en Mens 'ers beschouwden zichzelf niet echt als expressionisten. Zij hadden contacten met de Nederlandse atonalen en beschouwden, niet zonder redenen, het expressionisme als een stroming uit het interbellum. Joosten suggereert dat de belangrijkste poëziebijdragen die Van de Kerckhove in De Derde Ruiter publiceerde, door Tijd en Mens geweigerd zouden kunnen zijn [idem: De oorlog, het geweld, het cynisme, de Europese cultuurcrisis Zelfs binnen de ontwikkeling van zijn eigen neo-expressionistische poëzie leek dit een stap terug voor Van de Kerckhove.

De in de Verzamelde gedichten weggelaten maar in de tijdschriftversie afgedrukte datering van dit gedicht verklaart hoe dat kan: Ook dit gedicht was dus geschreven onder directe invloed van de schokkende oorlogservaringen van Van de Kerckhove cf. En gezien de rest van de teksten in De Derde Ruiter zou dat inderdaad kunnen.

Het openingsstuk in het nieuwe blad was geschreven door Ben Lindekens. Helemaal in de lijn van wat hij als Frank Gerdels had beweerd tijdens het jongerendebat cf. Zo'n tekst paste perfect in het voorgeschreven programma: Over Bezette Stad of Van Ostaijen wordt hier nergens expliciet gesproken, en in dat licht bekeken verbaast dat ook niet: Van Ostaijens werk was altijd analytisch en - vooral waar het de kunst zelf betrof - heel technisch. Over de technische aspecten van de kunst hadden ze bij De Derde Ruiter echter geen uitgesproken mening.

Als artistiek-literair model schuift Lindekens zeer overtuigd Ruimte naar voren en dat lijkt me, gezien het voorgaande, erg logisch; ook bij Ruimte waren ethische kwesties belangrijker geweest dan kunsttheoretische cf.

Lindekens tekent overigens op drie vlakken voorbehoud aan bij Ruimte. Vormkwesties zijn simpelweg niet aan de orde in dit blad. Dat was een neo-classicistische opvatting bij uitstek, zij het dan een die zelfs door een criticus als Westerlinck niet meer met die woorden vertolkt werd cf. De Derde Ruiters waren, kortom, neo-classici met een uitgesproken humanitaire inslag. Voor contemporaine buitenstaanders was dit echter helemaal niet zo duidelijk.

Trouwens, toen hij dit schreef deed het er zelfs al niet meer toe. Het Derde Ruiter -experiment was al na enkele nummers spaakgelopen wegens gebrek aan geld en abonnees. De renegaten Van de Kerckhove en Brulin zouden in december terugkeren in de schoot van de moederkerk, Tijd en Mens. In datzelfde jaar verschijnt ook Van de Kerckhoves volgende bundel, Veronica. Roependen in de woestijn, dàt waren ze. Of zoals Van de Kerckhove schrijft, opnieuw in een als gedicht geversificeerd opstel: Enkele gedichten later staat er: De literatuur leek steeds minder belangrijk te worden voor Van de Kerckhove.

De geborgenheid van het gezin en de actieve daad in het burgerleven hadden de plaats ingenomen van het gedicht. Een jaar later werd Van de Kerckhove benoemd tot adjunct-directeur van het Commissariaat-Generaal van wat later Expo 58 zou. De volgende jaren werd hij helemaal opgeslorpt door het vele werk dat bij de voorbereiding van de wereldtentoonstelling kwam kijken.

Zelf maakte hij de opening echter niet meer mee. Op 2 januari kwam hij in Duffel om het leven bij een verkeersongeval. Enkele dagen voor zijn dood had hij nog aan Raymond Brulez zijn toekomstplannen uiteengezet: Trachten mij nuttig te maken.

Zowel Raymond Brulez als Hubert van Herreweghen merkten terecht op dat de laatste gedichten van Van de Kerckhove veeleer aan Moens deden denken. Daarmee wilden ze overigens zijn eigenheid niet ontkrachten. Het is opvallend dat de retoriek waarmee Boon, Wauters en Walravens over Van de Kerckhove geschreven hebben niet zo veel verschilt van die waarop men tussen pakweg en over Moens sprak.

Hij verkondigde de opstandigheid. Hij beleed de genegenheid voor vrouw en kind. Hij ijverde voor een konkreet gezuiverd samenzijn. Humane kommernissen vormden zijn poëtische inslag.

Een rechtstreeks gevolg van die veranderde, gebroken wereld was dat Van de Kerckhove voor de vorm van zijn gedichten tijdelijk bij de Berlijnse Van Ostaijen terechtkwam.

De vloekende en woekerende chaos in zijn hoofd vereiste een ritmische typografie op het blad. Dat hij zich daardoor de voor de hand liggende opmerking annex beschuldiging op de hals haalde dat hij een epigoon was, kwam wellicht niet eens bij hem op. In eerder traditionele poëtische milieus wordt de authenticiteit van sonnettenschrijvers toch ook nooit ter discussie gesteld, en zij maken gebruik van dé. Dat Van de Kerckhove, vooral in de decennia na zijn dood, die clemente behandeling niet te beurt is gevallen, heeft veel, zo niet alles te maken met de status van experimenteel dichter die hem zeer expliciet werd toegeschreven - onder meer door Walravens.

Van de Kerckhove was wel een zoeker, maar hij was niet op zoek naar de poëzie. Als de Vlaamse neo-expressionist bij uitstek, gebruikte hij het gedicht om getuigenis af te leggen. Hij zag het als een romantisch uitdrukkingsmiddel in zijn zoektocht naar een nieuwe mens.

Overigens was die nieuwe mens intussen wel degelijk gearriveerd, zij het niet in de uitvoering waarvan Van de Kerckhove altijd had gedroomd. Alle oorlogstrauma's werden er onder dikke lagen beton en asfalt begraven. Vrijheid en vooruitgang waren meer dan ooit de ordewoorden. En de weinige jongeren die ook daarvoor niets voelden, voelden zo mogelijk nog minder voor de apocalyptische wanhoop van een Van de Kerckhove.

De dichters en critici die tijdens de oorlog hun beslissende adolescentiejaren hadden doorgemaakt waren door die oorlog getekend op een manier die jongeren die in nog kind waren zich onmogelijk konden voorstellen. Met de ethische accenten die Walravens, Bontridder, Cami en Van de Kerckhove voortdurend legden hadden zij niets te maken. Hoewel hun experimenteerdrift op de vanzelfsprekende belangstelling van Walravens kon rekenenen, bleef ze hem in dat opzicht altijd fundamenteel vreemd.

Ondanks het feit dat ze in zovele opzichten radicaal tegenover elkaar gestaan hadden en ook toen nog stonden, waren Walravens en Westerlinck op dat vlak eigenlijk meer met elkààr verwant dan met jonge dichters als Gust Gils of, zoals de progressieve spellingcode het toen voorschreef, karel du bois. Du Bois en Korun hadden in het gratis stenciltijdschrift taptoe opgericht en daarmee hadden ze meteen de nodige aandacht losgeweekt.

De auteur leek zich voorbij goed en kwaad te bevinden, Als zovele romantische jongeren voor en na hem probeerde hij te leven van en voor de kunst en de liefde.

Dat vond Boon op zich wel sympathiek, maar nóg sympathieker was hem het taptoe -feuilleton waarin de redacteurs de vloer aanveegden met literaire coryfeeën als Maurice Roelants en Urbain van de Voorde.

En weer was Paul van Ostaijen in zekere zin de inzet van de polemiek. Tijdens de bezetting heb ikzelf als eerste weer een lans voor Van Ostaijen gebroken, in een lang opstel dat een gans en apart nummer van Klaverdrie vulde. Ik stond daar zo goed als alleen mee, want de nieuwste generatie zat nog in de kluiten. Maar wat ik toen verdedigde was de oogst van Van Ostaijen's experiment, terwijl de jongeren thans willen overdoen wat uitgebloeid is.

En die laatste gedachte werkt hij hier verder uit: Herreman nog onlangs herhaalde: Johan Daisne, trouw medestrijder van Paul van Ostaijen! Het liet zich dan ook aanzien dat er heftig gereageerd zou worden. Het leek wel alsof ze bang waren van het alle verhoudingen in acht genomen toch wel relatieve zwaargewicht Daisne en ze dus gezagsargumenten nodig hadden van auteurs die inderdaad ook enig gezag hadden.

En achteraf gezien was dat misschien wel een correcte inschatting. Daarover gingen de in nummer vier afgedrukte reacties echter niet. Afwisselend zeer ernstig en lacherig-sarcastisch leverden de aangeschreven auteurs stuk voor stuk een verdediging van de moderne poëzie. Alleen de grootste onder hen, Hugo Claus, voldeed in dat opzicht bepaald niet aan de verwachtingen.

Gaston Burssens maakte nauwelijks enkele regels vuil aan de hele kwestie, maar hij slaagde er wel feilloos in de door mij zonet geciteerde Daisneverzen genadeloos tegen de auteur zelf te gebruiken. Ironie was ook hier zijn enige wapen. Zijn antwoorden zijn - net als zijn Van Ostaijenessay in Tijd en Mens cf. Meridiaan -redacteur Pieter de Prins. Daisnes bewering als zou Van Ostaijen zélf een classicist geworden zijn, hoonde hij weg.

Dat Van Ostaijens poëtische vriend en erfgenaam Burssens aan hun zijde meestreed, bewees het ongelijk van Daisne afdoende, vond hij. Hij zag in de reacties al zijn stellingen bekrachtigd: Daisne was waarschijnlijk zó zeer verrast door wat hij daar te lezen kreeg, dat hij vergat deze tekst voor zijn eigen kar te spannen.

Ter afwisseling dienden de woorden: Had hij gelijk een extra argument om te beweren dat alleen de term neo-klassiek dienst kon doen bij de omschrijving van goede poëzie. En dan kende hij de brief over de alexandrijnen en Von Platen nog niet die Claus aan Walravens geschreven zou hebben [Wildemeersch a: Met, afwisselend, superieure ironie en didactische overtuigingskracht probeert hij de debutant op zijn fouten te wijzen en suggesties aan de hand te doen om zijn werk te verbeteren.

Uit de brief aan Vonck blijkt echter dat hij zich vooral ergerde aan de in deze poëzie gebruikte clichés, die uiteindelijk geacht werden te verdoezelen dat het hier nog steeds heel vaak ouderwetse en al te sentimentele en expliciete belijdenislyriek betrof.

In dat opzicht was Claus' opvatting dus niet veranderd. In dat opzicht is het niet zonder belang dat de snelcursus poëzie die Claus aan Vonck geeft een beschrijving van het gedicht bevat die erg verwant is met de organisch-associatieve opvatting die Van Ostaijen in dat opzicht koesterde: Het gedicht van Vonck was langdradig, redundant en miste een dwingend ritme. Dezelfde onkunde irriteerde Claus op het vlak van de literaire kritiek.

Hij had zeer grote. In plaats van kritische dooddoeners en oppervlakkige op-de-kar-springerij wou Claus dat zijn eigen werk naar waarde werd geschat en dat het dus volgens zijn eigen premissen werd bekeken en beoordeeld. In zekere zin bevond hij zich nu in de positie waarin Van Ostaijen zich bevond toen het expressionismedebat uitbrak cf. Dat hij van de weeromstuit het classicisme begon te bezingen en beoefenen was echter niet alleen het gevolg van de allergische reactie die de hele experimentele hype bij hem had opgewekt, het lag ook helemaal in zijn aard.

Het was ook niet iets dat zich pas in begon te manifesteren. Uiteindelijk waren ook Een huis dat tussen nacht en morgen staat en, vooral, tancredo infrasonic veel gevarieerdere bundels dan de hetzij positief, hetzij negatief op het eenduidige experiment gefixeerde critici hadden gemerkt. Als Daisne kennis had kunnen nemen van deze brieven en dit gedicht zou hij ze uiteindelijk dus toch niet voor eigen gebruik hebben kunnen inzetten. Wat Claus de zogenaamd progressieve jongeren en critici au fond verwijt is immers niet dat ze té experimenteel zijn.

Ze zijn het te weinig. Ze hebben gewoon slaafs het ene isme neo-classicisme verruild voor een ander experimentalisme, atonalisme Op het eind van zijn brief aan Vonck schrijft hij: Is dat geen voldoening? Daisne zegt dat gij op een gevaarlijk pad zijt, het existentialisme, het nihilisme nabij? Hij bevond zich simpelweg voorbij de tegenstelling modern-klassiek. Claus stond lang niet alleen met zijn voorbehoud bij het werk van de neo-experimentelen.

Ook Boon formuleerde zijn bedenkingen cf. Wat lang haar en het gitaarspel waren voor de generatie die opgroeide met The Beatles en Bob Dylan, waren de moderne poëzie en de bebop voor wie jong en radicaal was in de jaren vijftig.

Bloemlezingen als nieuwe griffels, schone leien en waar is de eerste morgen? Van de Nederlandse anthologie waren er na elf maanden al Bijna allemaal jongeren die - te midden de neurose en algehele doelloosheid van de koude oorlog en de nog altijd zeer beperkte bewegingsvrijheid. Het schrijven van poëzie werd wel eens verward met het uitzieken van een verlate puberteitscrisis en de versverworven vrijheid om het woordspel voorrang te geven boven de woordenboekbetekenis leidde niet zelden tot slecht experimenteel gecamoufleerde aftelrijmpjes: Het erotische en, in een Vlaamse context halverwege de jaren vijftig, wellicht ook als aberrant beschouwde kwamen hem hierbij uitstekend van pas: Tijd en Mens dreigde intussen een parodie van zichzelf te worden.

Hoewel Hugo Claus voorbehoud had aangetekend [Joosten Schepens had zich als mede-initiator van het jongerendebat weliswaar duidelijk voor de vernieuwing van de Vlaamse poëzie uitgesproken cf.

Deze onhandige mix van Van Ostaijenthema's en Brunclairbeelden wekte uiteraard zowel lachlust als frustratie op bij de nieuwlichters die door Tijd en Mens waren geweigerd. Schepens was en bleef zijn leermeester. Snoek had al erg jong geprobeerd om zelf naam te maken als dichter, maar was door hét modernistische cenakel bij uitstek keer op keer geweigerd.

Het moet bepaald wrang geweest zijn om te zien dat een arrière-gardist als Schepens wél werd toegelaten. En hoewel Jan Walravens in waar is de eerste morgen? In het zesde en voorlaatste nummer van taptoe beweerde ene Rud Sondag - volgens Joosten een pseudoniem van Korun [Joosten Waar ze vroeger relatief. Ook toen De Kunst-Meridiaan voorheen: Het was Korun hier niet om loze grapjasserij te doen, maar om een luchtige sfeer die hij bij de gewaardeerde vrienden van Tijd en Mens niet altijd terugvond.

Bij Claus vond hij die wel, maar die was voor Korun duidelijk sowieso buiten categorie. Walravens had zelf altijd geprobeerd het onverzoenbare - autonomie en ethiek - te verzoenen cf. Zowel de zuiverheid van het gedicht als de verbeelde, metafysische zuiverheid werden daar ter discussie gesteld. En ook voor hen was Van Ostaijen een belangrijk voorbeeld. Met Kloos, Moens en Van Ostaijen zou de jonge Snoek immers meteen hinkstapsprongsgewijs de verschillende vernieuwingsbewegingen van de Nederlandstalige poëzie tussen tot hebben doorgemaakt: Die elementen zijn weliswaar in zijn werk terug te vinden, maar zijn ongebundelde vroege gedichten wijzen toch vooral in een andere, veel klassiekere richting.

De jonge dichter kreeg in deze jaren les van Anton van Wilderode en ook diens poëzie kende al gauw geen geheimen meer voor hem. Hier heeft duidelijk een bekering plaatsgevonden. De elegische sonnettendichter is plots een modernist geworden.

De derde schakel in de evolutieketting Van Ostaijen, dus lijkt verwerkt. Deze razendsnelle ontwikkeling had zich vooral onder invloed van zijn versverworven vriend Adriaan de Roover voltrokken. Die was al vroeg in de jaren vijftig helemaal in de ban van de Nederlandse atonalen cf. Op 2 maart liet hij De Roover weten: Al op 10 september schreef hij hem dat hij graag in contact zou komen met de auteurs van Tijd en Mens: Verwacht van mij dus niet dat ik me zal verklaren en verdedigen in academische termen en de nodige ismen en anten.

Toch heb ik begrepen wat poesie moet zijn, dat ze tegen de plaasteren-heilig-hart-beeld poesie moet zijn, ik schrijf op mijn manier ik zoek er tenminste naar. Intussen broedde hij met zijn vriend Paul Possemiers die soms het pseudoniem Simon Vanloo gebruikte op plannen voor een eigen tijdschrift, Patroelje [idem: Pernath én oud- Tijd en Mens 'er Tone Brulin in wel gard-sivik op cf.

Op dat moment was Snoek echter al officieel gedebuteerd. Net als bij Van Ostaijen is de vervulling van de wensdromen nét niet binnen handbereik en ook hier wordt deze mededeling afwisselend in beelden en bijna-expliciete statements gedaan. Het blijft, kortom, Vijftigerspoëzie voor beginners.

We zien hier een dichter aan het werk die zijn instrument nog aan het stemmen is. Wel is meteen duidelijk dat Snoeks instrument de taal is, en niet de moraal. Ook voor hem is poëzie in eerste instantie woordkunst.

Het typerende accentverschil tussen Van Ostaijen en de Vijftigers wordt echter ook door hem bevestigd. Zo zijn het de beelden die het woord en de metafoor hebben verdrongen en in hun rol een autonome functie vervullen in de ontwikkelingsgang, de tempus van een gedicht.

Dat hij zelf overigens ook vertrekt vanuit woordassociaties, gaf Snoek aan in een lezing die hij halverwege de jaren zestig in Leuven hield: Ik schrijf dus alleen maar omdat ik af en toe eens een woord vind dat mij bijzonder boeit en treft en dat ik tracht in verband te brengen met andere woorden of dingen die mij treffen.

De wijsheid uit de titel en het kleuternederlands zijn echter niet zonder betekenis. In deel A vraagt iemand een blanke, kan worden vermoed aan een. Snoek legt de pygmee vervolgens een veel intuïtiever en op het eerste gehoor onbegrijpelijker taal in de mond die toch duidelijk als alternatief naar voren wordt geschoven. Dat in B steeds tegengestelde adjectieven bij de zon en de zee worden geplaatst is immers slechts in schijn verwarrend; of beter: Tegelijk is ze natuurlijk ook uitermate on-poëtisch, aangezien het de dichter juist te doen is om de vele resonanties van het woord en de steeds wisselende betekenissen die ze kunnen opwekken.

Ook Van Ostaijen heeft zichzelf als dichter voortdurend heruitgevonden, maar waar hij dat veelal onder invloed van of parallel aan zijn theoretische ontwikkeling deed, heeft Snoek zich nooit echt met het expliciteren en doordenken van zijn poëtica beziggehouden.

Ik ben een dichter van gedichten en niet de opsteller van een lastenboek volgens hetwelk mijn gedichten moeten worden opgeschreven. De ironie van het verhaal wil echter dat hij deze, in wezen theorievijandige, uitspraak legitimeerde met een citaat van Van Ostaijen, dé oppertheoreticus van de Vlaamse poëzie.

Snoek citeert enkele zinnen die even verderop in het essay staan: Gedichten zijn slechts de uiterlike tekenen van de aanwezigheid des dichters, zoals b. Verwijst Van Ostaijen hier ironisch naar de schamele financiële beloning die een dichter voor zijn werk kan ontvangen?

En daarover gaat het dus: Net zoals het woord niet samenvalt met het ding waarnaar het verwijst, zo ook valt de dichter niet samen met de mens en valt het gedicht niet samen met de dichter. Er is uiteraard wel een band tussen hen, net zoals er in de vergelijking die Van Ostaijen zelf geeft, een verband is tussen de inkt en de inktvis.

Van Ostaijen herformuleert hier bijgevolg voor de zoveelste keer zijn theorie over de ontindividualisering, maar hij doet dat deze maal vanuit een omgekeerd standpunt. Net zoals in de standaardversie van die theorie het gedicht nooit helemaal los kan worden gezien van de ik die het maakt cf. Hij zou wellicht zelfs beweren dat Snoek in dat geval maar beter helemaal had kunnen wegblijven, aangezien er dus ook geen rechtstreeks verband kon zijn tussen de sprekende dichter Snoek en zijn gedichten.

En dat zou Snoek dan weer niet ontkend hebben. Het ontbreken van die band verleende hem immers de vrijgeleide om wat in het wilde weg te kletsen. Dat is hem aardig gelukt, want de volgende decennia zou hij voortdurend van stijl én mening veranderen. In Ik rook een vredespijp is hij nog optimistisch, geëngageerd en constructief: De bundel bevatte inderdaad een reeks ironische of zelfs groteske gedichten, van het type dat in Vlaanderen sinds Van Ostaijen enkel nog door Burssens en Gils was beoefend cf.

Snoek schreef ze tijdens zijn legerdienst in Duitsland en die confrontatie met de. Belgicistische tucht maakte blijkbaar enige baldadigheid in hem los: De traditie van de zoetwaterpoëzie is er bij ons nog altijd niet uit.

Vroeger werd Van Ostaijen nergens aanvaard. Alice Nahon vonden ze veel beter. En hetzelfde herhaalt zich. Misschien was dit zelfs een van de weinige bindende factoren tussen de verschillende gard-sivik -medewerkers. Dat blad, uitgegeven door de gelijknamige vereniging ter bevordering van de avant-gardekunst, verscheen voor het eerst voorjaar onder redactie van Tone Brulin, Gust Gils, Hugues C.

De aangewezen persoon om dat te doen was de geboren theoreticus en essayist René Gysen die al snel de gelederen was komen versterken. Meer dan honderd jaar na de dood van vader Jan-Frans Willems en een halve eeuw na het pleidooi in Van Nu en Straks voor de kritische emancipatie van de intellectueel cf. In een wereld waarin alle waarden op hun kop werden gezet, sneuvelden dus voorzeker ook de hoofdletters van vorst, god en vaderland.

In schreef Gysen: In zijn algemenere beschouwingen over kunst en poëzie ging het hem uiteraard niet zozeer om de Vlaamse Beweging dan wel om een algemene ontwaarding van alle waarden.

Met Nietzsche onder de arm ging hij - veel meer nog dan Walravens - tegen de keer in. Zijn we nu écht vrij? Gezien de eens te meer razendsnelle burgerlijke restauratie na de ramp genaamd Wereldoorlog Twee, was dit een ambitieus program.

Een volgehouden exploratie van het onderbewuste en a-logische - dààr stonden ze voor en daaruit putten ze hoop en vetrouwen. Hun geliefde jazzmuziek bewees dat het kon: Het conflict tussen autonomie en engagement waardoor Walravens geplaagd werd cf. Volledig conform de inzichten van de intussen: Het gevoel van vrijheid dat hierdoor werd losgemaakt zorgde net als bij de dadaïsten voor een explosie van creativiteit.

Hier werd een voorschot op de Golden Sixties genomen en aan het welslagen werd niet getwijfeld. Gysen was niet zo naïef te denken dat het allemaal automatisch en zonder een totale inzet en engagement zou verlopen: Van hieruit naar de au fond diep-pessimistische poëticale opvattingen van Van Ostaijen was het maar een kleine stap.

Vooralsnog besefte Gysen dat zelf niet, maar zijn beschrijving van de lievelingsthema's van de gard-sivik -auteurs kwam aardig in de buurt van een boedelbeschrijving van de Nagelaten Gedichten: In een volgend programmatisch essay probeert Gysen dit inzicht nog meer filosofisch te funderen en uit te werken.

Toen begon men immers korte metten te maken met het pretentieuze universalisme dat het Westen al sinds de oudheid beheerste en dat de kern van de socratisch-joods-christelijke traditie vormde. Eens te meer op gezag van Nietzsche stelde Gysen daar de apollinisch-dionysische tegenover, waarin het tragische en het komische tegen elkaar werden uitgespeeld en waarin alles wat bedreigend en onbegrijpelijk was niet werd weggefilterd maar juist werd geïncorporeerd en gethematiseerd.

Gysen besefte echter ook wel dat zijn titel enigszins overdreven was; niet alleen Nietzsche, maar ook de surrealisten en de jazzmusici gingen, al dan niet bewust, van dezelfde premissen uit. Het is dat echter wel op een totaal andere manier. Hetzelfde geldt ook voor de gebruikte beelden, vergelijkingen en woordspelingen; die worden niet langer bepaald door hun. Gysen maakte in dit verband een nogal fors aangezet maar moeilijk kritisch te hanteren onderscheid tussen literatuur concreet: Enkel die categorie paste bij deze tijd: Nooit eerder werd de dichter van Het Eerste Boek van Schmoll zo overtuig en d ingezet als gezagsargument.

Alle inzichten die de jongeren hadden verworven en die nu nog steeds door de talrijke behoudsgezinde critici in twijfel of zelfs in het belachelijke werden getrokken, probeerde Gysen via hem te legitimeren.

Hij camoufleerde die agenda echter door de nadruk te leggen op de educatieve doeleinden van zijn introductie tot Van Ostaijen. Hier was iemand die verheldering kon brengen wanneer de gard-sivik -gedichten onbegrijpelijk of onzinnig werden bevonden.

De twijfel die hem tussendoor, tijdens zijn persoonlijke zoektocht, waarschijnlijk was overvallen, werd plots weggenomen: Los van deze elementen, die uiteraard erg belangrijk waren in het licht van de poëzie van zijn col-. En het viel Gysen op dat de analyses van Van Ostaijen in dat verband nog altijd relevant waren. Was intussen immers niet gebleken dat ook de communist uiteindelijk een kleinburger was, waar het kunst en literatuur betrof?

En was juist dat anti-burgerlijke geen basiscomponent van de moderne kunst? Gezien die duidelijke onderbouw waaruit deze kunst ontstaan was, lag het voor de hand dat er duidelijke parallellen bestonden tussen de verschillende avant-gardistische kunsttakken. Ook de kunsthistorische en religieuze aspecten van zijn essays hadden Gysen kunnen boeien.

En dat Van Ostaijen zich bovendien ook nog een bijzonder grappig én tegelijk toegewijd en principieel maar allesbehalve vooringenomen criticus had betoond - dat kon Gysen uiteraard alleen maar tot voorbeeld strekken. En dat deed het ook. Van Ostaijen kwam in Gysens essays uit de periode geregeld aan bod.

Hij situeerde Van Ostaijen ook expliciet als voorloper van de experimentele poëzie in een beschouwing voor het Brusselse studentenblad De Geus. Hierin probeerde hij net als in gard-sivik aan te geven waarin die nieuwe poëzie precies verschilde van de traditionelere, maar deze keer trachtte hij ook - zoals Van Ostaijen doorlopend had gedaan - te bepalen waar het raakvlak tussen de contemporaine maatschappij en de dichtkunst zich zou kunnen bevinden.

Dit alles impliceerde natuurlijk niet dat er géén maatschappelijke rol zou kunnen zijn voor de dichtkunst. Van Ostaijen benadrukte in zijn late jaren zowel het entertainmentgehalte de goochelaar, de verrassing, het plezier als - bien étonné Gysen vertrok van het tweede de definitieve breuk die voor dat gevoel van onvolkomenheid zorg-. Hij zette zijn redenering op vanuit het overdonderende succes van de wetenschap en plaatste daar dan kanttekeningen bij. Dit was het probleem: Precies op dat punt situeerde Gysen het belang en het enjeu van de experimentele poëzie.

Hij had het subject-objectprobleem doorgedacht en was tot de conclusie gekomen dat uitgerekend de poëzie het terrein is waarin zeer duidelijk blijkt hoe totaal de kloof is: Een werkelijk dichter is van die waarheid vervuld, vermits zijn speciale begaafdheid op de taal gericht is.

Er is - en ook dat was een inzicht dat het oeuvre van Van Ostaijen had gestuurd cf. Aangezien de dichter die breuk doorlopend voelt en in zekere zin zelfs via het woord vertegenwoordigt, is hij de aangewezen persoon om er zijn voordeel mee te doen. En dat gebeurt in het experimentele gedicht waarin de kloof tussen betekenaar en betekende wordt gecultiveerd en de vrijheid zo opnieuw haar plaats opeist, los van alle logica en objectiviteit.

Het gedicht verzet zich tegen de ratio van het wetenschappelijke wereldbeeld door het imponderabele te bespelen. In een gedicht liggen de betekenissen van de woorden - anders dan in een wetenschappelijk artikel of in het woordenboek - niet vast; ze worden bepaald door de context. En ook op dit punt voelde Gysen zich gesteund door Van Ostaijen. Ook die had altijd beklemtoond dat de dichter zich niet tevreden mag stellen met de eerstegraadsbetekenis van het woord; de eigenlijke inhoud van het woord in het gedicht ontstaat door de plaats die het inneemt tussen de andere woorden en door de ritmische en sonore spanningen die spelen tussen die woorden.

Vandaar dat Gysen stelt dat in het gedicht de vorm inderdaad de inhoud bepaalt en niet andersom. De vrijheid waar Gysen over sprak mocht door geen enkele eis van buitenaf beperkt worden. Wat dat concreet impliceerde voor, bijvoorbeeld, de kwestie vrije versus gebonden verzen, illustreerde hij aan de hand van, opnieuw, een. Nochtans is er een wetmatigheid.

De jongere dichtkunst verkiest het dus de wetmatigheid tastend te benaderen dan wel een wet te accepteren waarvan zij weet dat zij het vraagstuk onopgelost laat.

Als er al beperkingen zijn, dan worden die door het werk zelf opgelegd opnieuw: In de zomer van moest Njet eraan geloven. De absolutistische weigering die de naam van dit tijdschrift impliceerde was Gysen nog wel enigszins sympathiek. Marcel van Maele en zijn collega's waren té expliciet: Een citaat van Van Ostaijen uit zijn tweede Karel van den Oever-stuk moet dit alles extra kracht bijzetten.

Nu had Van Ostaijen het daar - in casu [IV: Voor Gysen geldt dit argument blijkbaar echter net zo goed waar het essays betreft: En ook Gysens politieke vertaling van deze esthetische kwestie was verwant aan die van Van Ostaijen. Net zoals die de expressionisten indeelde in rechtsen en linksen cf. Dezelfde criteria komen aan bod: Eerder publiceerden Lucebert, Hanlo en Vinkenoog ook al in het blad.

Dat voorbehoud gold uitdrukkelijk níet voor Boon, benadrukt Gysen. Het gewone volk had - gezien het opzet van de nieuwe kunst - overigens een belangrijk voordeel: Hoezeer hij zelf verstrikt zat in dé paradox waarmee elke artistieke avantgardist vroeg of laat te maken krijgt - hoe kan ik met mijn kunst de wereld veranderen als het publiek me niet lust [cf. Dat Gysen in de jaren zestig zelf meer en meer van de dichtkunst weggroeide had waarschijnlijk niet alleen te maken met zijn beperkte talent op dat vlak [Gils Vooralsnog hield hij zich echter wel met poëzie bezig en dus werd hij geconfronteerd met een nieuwe contradictie: Op dit punt waren veel traditionelen en experimentelen het overigens stilzwijgend eens.

De onmiskenbaar veeleer cerebraal ingestelde Gysen begreep die houding wel, maar hij. En ook hier, wanneer hij die kritiek in het algemeen en zichzelf als poëziecriticus in het bijzonder wou legitimeren, deed hij een beroep op het historische voorbeeld Van Ostaijen: Men kan dit controleren aan de hand van de grootste moderne dichters.

Het volstaat als voorbeeld de naam Paul van Ostaijen voorop te zetten. Bij het type dichter waartoe Van Ostaijen behoort, maakt het denken over poëzie een integraal deel uit van het metier. Zónder dat denken zouden de gedichten dus ook niet zijn wat ze zijn. De taak van de poëziekritiek was, om intussen een begrippenapparaat te ontwerpen dat pastte bij de nieuwe poëzie. Het klakkeloos overnemen van termen die bij een ander soort lyriek hoorden deed niet alleen die poëzie onrecht, hierdoor faalde de kritiek ook in haar pedagogische opdracht.

Het viel Gysen zwaar te moeten opmerken dat ook de paus van de Vlaamse experimentelen, Jan Walravens, op die beide vlakken tekort schoot. Maar toch was het zo, vond hij: Dat beweerde Gysen in een bijdrage die op een ontnuchterende manier de blinde vlek van Walravens blootlegt.

Toegegeven, het was er hem hier zeker ook om te doen de aparte plaats van gard-sivik onder meer: En voor Gysen was het zelfs per definitie een slecht idee: Gysen wijst verder op de vele interne contradicties, drogredeneringen en ongemotiveerde beweringen in Walravens' teksten over de nieuwe poëzie en besluit dat het de criticus eigenlijk vooral aan durf mankeert om écht te oordelen over de merites van de verschillende dichters en bewegingen: Hij ging ook op zoek naar de oorzaak.

Walravens was dus níet de grote vernieuwer in het denken over mens en literatuur; hij zat nog met één been vast in een oude, idealistische wereld en probeerde tegelijk de voorvechter van het allernieuwste te zijn. De spagaat die deze dualiteit vereiste, leidde onvermijdelijk soms tot een hoog en vooral schril geluid. Het was voorzeker niet Gysens bedoeling met deze tekst Walravens van zijn troon te stoten en zelf poëziepaus te worden. Met uitzondering van een toen al met Hans Sleutelaar geschreven inleiding bij een bloemlezing cf.

Gils toonde zich vanaf zijn allereerste verzen een oorspronkelijk dichter, zij het dan één met een bekende stamboom.

Een sterk gemeenschappelijk gen in deze familie zorgt ervoor dat alle leden een buitenmate sterk gevoel voor het absurde en verontrustende hebben. Door dit helemaal vooraan te plaatsen krijgt dit vers natuurlijk een programmatische bijklank. Het belooft geen lachertje te worden.

Is het de dichter die zichzelf toespreekt? In dat geval komt Gils dus al kotsend de Vlaamse poëzie binnengestommeld. En het wordt er bepaald niet vrolijker op. De woorden van het gedicht worden - binnen de braakanalogie - niet vergeleken met voedselresten of gal, maar met bloed. Bij Christus prikten ze slechts onaangenaam in het voorhoofd, bij de dichter vullen de doornen de mondholte.

Het existentialisme was duidelijk ook aan Gils niet voorbijgegaan. De laconieke toon waarop hij deze thematiek behandelde was echter origineel en in al zijn gecultiveerde onpersoonlijkheid al snel herkenbaar-Gils.

Hier spreekt niet langer een Dichter met Ronkend Romantische Stem, maar een schijnbaar normaal pratende persoon. Toch is deze naturel slechts schijn. Het is kunstnaturel, zoals eerder Walschap en. Het is een taal die gekenmerkt wordt door zorgvuldig gecultiveerde slordigheidjes in de stijl. Eerst is er het register. Het openingsvers lijkt zo uit de mond geplukt van een monkelende boer die zijn erf overschouwt: De middenste strofe is zo mogelijk nog minder lieflijk.

O, wat een mens al niet moet doen om aan de drukte te ontsnappen. About suffering he was never wrong , Gust Gils. Geen paard dat zijn kont schuurt aan een boom zoals bij Bruegel of W. Auden echter, maar een feest bij de buren. Het slot intrigeert nog meer, want het is niet duidelijk of hier nog langer ironie in het spel is. Is het de dichter die als een sociaal onaangepaste heilige versteent bij zoveel vulgariteit, eenzaamheid of pijn?

Iemand die aan zijn eigen verhevenheid ten onder gaat? Karel Jonckheere was zo onder de indruk dat hij er in het nvt zijn spreekwoordelijke helderheid bij verloor: Het richt zich op door eigen veerkracht en dit in een dampkring, die gezuiverd werd van alle buitenissigheden inzake stijlmiddelen.

De zuiverheid waarover ik het had mocht dan al inhoudelijk doorlopend ontkracht en geperverteerd worden door Gils, zijn taalgebruik en frasering zijn - ironisch genoeg: Aangezien dat in Gils' werk voortdurend.

Dit impliceert echter niet dat hij zijn verzen op een vooraf zeer doordachte en louter cerebrale manier in elkaar zou knutselen. En zo bekeken is ook dat natuurlijk een erg experimentele manier van schrijven. Ze doet ook onwillekeurig denken aan de organische ontstaanspoëtica van Van Ostaijen cf.

Anders dan bij Van Ostaijen lijken bij Gils echter vooral inhoudelijke resonanties het verloop van een gedicht te bepalen. Dit vers benadrukt namelijk de fundamentele onzuiverheid van het bestaan.

Totale roerloosheid of ongereptheid is niet van deze wereld. Er is altijd een of andere vorm van conflict. De schetsmatige Natureingang wordt eerst verstoord door het vermelden van de verbijstering van de gestreelde vogel. De volledige ontindividualisering van het gedicht is niet mogelijk het punt waar het Van Ostaijen in de geciteerde passage ook om gaat , de totale verstilling evenmin. Stilte is er enkel in de dood.

En die is - net als. Had die bundel het failliet van dit soort typografisch gedoe al niet voldoende aangetoond? Het antwoord op die vraag blijft uiteraard een kwestie van smaak, maar Jonckheere had waarschijnlijk geen oog voor die aspecten van het gedicht die helemaal niets met Van Ostaijen te maken hebben.

Waar Van Ostaijens lentegedicht zich eigenlijk nog in de winter afspeelde en het dus voornamelijk een verwachte vreugde betrof cf. Het grote feest was dus alweer voorbij. Ook hier was de dood niet veraf. Het is, zoals gezegd, een constante in deze poëzie. Er is weinig reden tot feest in het hier geëvoceerde universum, maar na de voorlaatste strofe een variant op het geciteerde begin , staat er plots, en na een dubbele interlinie stilte: De persoonlijke en zelfs lieve toon ervan contrasteert met de Gilsiaans laconiek meegedeelde rampspoed van voorheen.

Het feit dat er hier wél aandacht is voor de natuur voor schelpen dan nog, geliefd freudiaans symbool is tekenend. Ook technisch is het een opmerkelijke strofe. We staan hier ver van Van Ostaijens theorie over het lyrisme à thème. Als er al een thema is in dit gedicht, dan staat het de dichter duidelijk vrij om er daar helemaal op het einde nog één bij te bedenken. En daar was het Gils misschien wel om te doen; het besef dat zuiverheid niet van deze wereld is, denkt hij formeel door.

Van Ostaijens poging om van die onbereik-. Het Gilsgedicht is discontinu en volgt een eigen, allesbehalve strikt lyrische logica. Het zijn er dus genummerd drie en ze zijn - met veel wit tussen - verdeeld over twee bladzijden, maar met één titel die de dubbelzinnigheid dus in de hand werkt: En als het er drie zijn, wat brengt hen dan samen onder deze noemer?

Laura, sinds Petrarca dé archetypische geliefde, wordt aangesproken als vriendin en misschien zelfs potentieel overspelige en ze wordt aangemoedigd om haar eventuele kind, als het een jongen is, alle mogelijkheden op een materieel welstellend bestaan te gunnen. Net als het misschien geestige, maar in wezen goedkope vooroordeel tegenover bepaalde namen in deel 1 en de wellicht ook in de jaren vijftig al weinig politiek correcte grap in deel 2, getuigt ook deel 3 uiteindelijk van een uitermate kleinburgerlijke moraal.

Dat is dus misschien wel de link tussen de drie op het eerste gezicht totaal verschillende delen. Zo eenvoudig is het echter niet; die burgermoraal botst immers niet alleen met het speels-anarchistische karakter van de drie delen, hij staat ook. Net als bij de heilige die in zijn plaatijzeren bed versteent in visioenen cf. De normaal draaiende orde wordt verstoord door de jongen die - als was het een gebed - hardop wiskundige formules reciteert.

Hij toont de àchterkant van de àndere kant - die zijde waarachter een afgrond gaapt. En dat dan uniek vinden. Toch loopt het ook hier niet noodzakelijk goed af. Het vervolg van dit gedicht luidt: Of het slachtoffer van deze impulsieve daad, de knecht Malchus [Johannes 18, 10 - Bijbel Of ontmoeten we hier Jezus hybride, want half god, half mens , die de onfortuinlijke man achterna loopt om hem zijn oor terug te geven? Maar hoe die daad te rijmen met zijn vermelde anonimiteit? Of betreft het hier een licht surrealistisch tafereel zoals Burssens dat al tekende in de jaren twintig en dertig cf.

Een man die zichzelf met zijn linkerhand niet bij de neus, maar bij het oor neemt? Speculeren staat vrij, maar de tendens is duidelijk: Ook als hij het over mysterieuze en, wie weet, misschien zelfs over mystieke aspecten van het bestaan heeft, neemt hij zijn toevlucht vooralsnog niet tot de muziek van het woord.

Inhoudelijk noch formeel is hij een zuiver lyricus. Hij vertelt hier meer nog dan in zijn debuut verhaaltjes, anekdotes zelf. Ook de gedichten van Van Ostaijen, Burssens, Verbruggen, Gilliams of Claus vertrokken vaak vanuit een incident of anekdote, alleen was het hen niet om de mimetische weergave daarvan te doen. Ze verdubbelden de toestand of het verloop waarover ze het hadden niet met woorden genre: Door het heldere register en vooral door de expliciete ik-verteller lijkt dit gedicht nog een tweede modernistengebod te negeren: Gij Zult Niet Langer Belijden.

Het vreemdsoortige verloop - dan vooral syntactisch - neemt dat biechteffect echter ook weer gedeeltelijk weg. Toch wordt er hier wel degelijk iets meegedeeld over een ik, en het gebeurt zelfs tamelijk direct. En wat zijn dan die vorm en inhoud?

De syntactisch gebroken zinnen geven meer dan een aanwijzing; ze maken van dit gedicht de woordgeworden desintegratie. Dat is niet toevallig: Tot drie keer toe begin, midden, einde probeert hij zijn situatie door een vergelijking te verduidelijken, probeert hij letterlijk en figuurlijk een verband te leggen. Anders dan zijn collega Gysen cf. Van het roemrijke verleden schiet niet veel meer over. Vluchten naar het verleden - daar zijn de Vlaamse helden duidelijk het meest in bedreven. En in plaats van dat verleden kritisch te bevragen om zo aan de toekomst te werken, verkiest de fine fleur van de hedendaagse jeugd - hier niet toevallig gesymboliseerd door o schoon Vlaanderen blonde edoch ook gebrilde maagden - zich over te leveren aan de hysterische kreten van haar politieke leiders die krampachtig proberen dat verleden te conserveren.

Dat laatste leek intussen wel de minste van Gils' zorgen. Neen, eigenlijk was het museum niet voor het publiek toegankelijk. Van een collectie in de tastbare betekenis van dat woord kan dan ook evenmin sprake zijn. Tenminste, als hij er is. Wat onvermijdelijk opnieuw de vraag oproept of dat dan eigenlijk wel bestaat. Hoewel hij zich perfect houdt aan de formele vereisten van zo'n rapport onderverdeling in genummerde paragrafen, explicitering van doelstellingen en werkzaamheden, veelal nuchtere taal , slaagt Gils erin volslagen níets te zeggen.

Hij keert het genre aldus tegen zichzelf. Hoewel het - op nieuwjaarswensen vanwege de conservator van het museum na - bij dit ene rapport is gebleven in gard-sivik , was dit waarschijnlijk veel meer dan een creatief tussendoortje voor de auteur.

Bij ontstentenis van belangrijke poëticale geschriften van zijn hand, ben ik zelfs geneigd om Gils' programma aan de hand van deze tekst te reconstrueren. De duidelijk met het dadaïsme verwante anti-kunstopvatting die hieruit spreekt, lijkt me symptomatisch voor de anti-lyriekhouding die hij ten aanzien van de poëzie aanneemt.

Misschien was het er hem wel om te doen ook dàt genre tegen zichzelf te keren. Het poëtische ontstaat in zijn gedichten niet door de virtuoze formulering, de betoverende verbeelding of de verbluffend diepe gedachte, maar door het bewust saboteren van die aloude poëtische waarden. Gils gaat werkelijk geen enkele poëtische ondeugd uit de weg. Het is hem duidelijk niet om het klassiek-schone te doen, maar om, zoals gezegd, het afgrondelijke. In zekere zin doet hij in zijn poëzie dus het omgekeerde van in zijn museumrapporten.

In de beide gevallen ontregelt Gils bewust het verwachtingspatroon van de lezer. Zijn gedrag lijkt voornamelijk ingegeven door recalcitrantie. Gils is programmatisch contrair. Tegelijk is hij ook het soort afbreker dat opbouwt. Hij construeert immers een hele systematiek vanuit het ethische zowel als esthetische niets. De narratieve lijn is slechts met de grootste moeite en vrijwel onvermijdelijke chargering reconstrueerbaar. Het personage in kwestie lijkt, als Mister Bean, uit de lucht te zijn gevallen.

Plots is hij er. Het leven wordt bepaald door arbitrariteit. Maar er gebeurt wel van alles. Het maakt niets uit. En impliceert dit als een poë-. In dat geval heeft Gils ook hier de perfecte vorminhoudverhouding gevonden, want ook als lezer heb je doorlopend het gevoel verloren te lopen in de ongeïdentificeerde citaten, beschrijvingen en minianekdotes in deze cyclus. Van het door Rutten zo geapprecieerde dichten-vanuit-een-vaste-kern is er nu echt helemaal geen sprake meer.

De mens, de dichter en het gedicht zijn op drift. Hij wil overigens wel eens overdrijven in die verstaanbaarheid. In andere gedichten lukt het hem dan weer wél om vorm en inhoud op een intrigerende manier op elkaar te betrekken:. Belangrijke elementen uit Gils' programma voorzover hij dat zelf al zo zou willen noemen komen in deze vier verzen samen.

Het gedicht bijt namelijk doorlopend en op absurdistische wijze in zijn eigen staart. Zo is er iemand die een soort van speaker's corner installeert om zich tot zijn tante te richten. Hij wil blijkbaar vermijden dat er over zijn standpunt misverstanden zouden ontstaan. Door dat op deze manier te verkondigen ondergraaft hij echter zijn eigen stelligheid. Waarom immers zoveel nadruk gelegd? En waarom zou je met zoveel bombarie willen verkondigen dat iets geen andere zin heeft?

Waarschijnlijk omdat je precies aan dat feit op een of andere manier een zin toekent. De contradictie wordt ten top gedreven in het slotvers. Hoewel zijn kunst nergens toe diende, heeft hij ze blijkbaar toch met zijn leven bekocht. Of betrof het hier gewoon een goocheltruc? Dat is niet onmogelijk. Waarna de spreker oplost in zeepbellen zeepbellen: Maar waarom zou je een verdwijntruc willen aankondigen als een autonoom kunstwerk?

En dan is er nog een angel: Misschien onttrokken de zeepbellen hem dus alleen maar aan. Zoals iemand kan oplossen in de mist: Het is erg verleidelijk om ook dit als een poëticaal, als een meta-gedicht te lezen. De schijnbaar steeds afwezige dichter, is er dus eigenlijk wel. Hij is de goochelaar achter de schermen die de zeepbellen in de arena blaast. En de nutteloosheid van zijn trucs is al even schijnbaar. Hij laat de toeschouwer verrast, soms zelfs verbouwereerd achter.

Deze ontregelende vignettes stellen vragen met de kracht van een uitroepteken. Dat was ook de bedoeling. Voor Gust Gils was het literaire kunstwerk immers niet volstrekt autonoom. Dat lijkt enigszins tegenstrijdig, gezien de duidelijke afkeer die in gard-sivik getoond wordt van het soms in Tijd en Mens gecultiveerde humanitarisme, maar is het absoluut niet.

Dat bleek al erg duidelijk bij René Gysen en het blijkt opnieuw in, bijvoorbeeld, de polemische stukjes waarin Gils zich afzet tegen Paul de Vree en De Tafelronde cf. Over De Vree's protégé De Roover schrijft hij: En net als zijn collega Gysen cf. De Roover weet weliswaar ongeveer waar het de experimentelen om te doen is integratie van het lichamelijke in het gedicht, exploratie van andere bewustzijnslagen, een vernieuwde taalopvatting , maar in zijn eigen gedichten thematiseert hij dit alles op een te ostentatieve manier.

Net als voor Van Ostaijen moet voor Gils het politieke of het ethos, in Van Ostaijens terminologie impliciet in het werk zitten. Het vormt er, in zekere zin, het ferment van; waar het Van Ostaijen in dat opzicht vooral om het ontindividualiseren van het gedicht te doen was geweest om op die manier een relevante gemeenschapskunst te maken cf. Iemand als De Vree kon dat onmogelijk begrijpen. De gemiddelde poëzielezer zal in wellicht zelf met stomheid geslagen zijn bij de lectuur van dit gedicht: En dan nog wel Gaston Burssens - door zijn staatsprijzen weliswaar een van de bekendere cf.

En wat er dan geroepen wordt Het betrof hier uiteraard geen échte manifestatie, maar een ingebeelde. Droomde Gils van een wereld waarin poëzie zo belangrijk werd gevonden dat mensen ervoor op straat kwamen om luidroepend hun opinie erover kenbaar te maken? In die context was de keuze voor Burssens niet zo vreemd; van alle levende collega's voelde Gils zich wellicht het meest verwant met deze op zijn manier even onwillige en aparte dichter.

Die onwilligheid wordt bepaald niet getemperd in de bundel Anoniem 20e eeuw In steeds ingewikkelder meanderende volzinnen vinden de versplintering en vervreemding van de moderne mens hier hun formele pendant. Om zijn beeld van the atomic age te geven, creëert hij een universum dat het midden houdt tussen een tafereel uit de fantasy -literatuur vol fabeldieren en monsters uit de allerdonkerste middeleeuwen en een post-apocalyptische ijstijdsequentie.

De totale oorlog dreigt overal. De eerste eeuwen van de beschaving in onze streken worden hier verbonden met wat wel eens de laatste zou kunnen zijn. Het register is typisch Gils: Als in de Griekse mythologie komen dieren de ingewanden van mensen uitvreten. Hier is het geen adelaar die Prometheus' lever uitpikt, maar een nachtegaal die een meeuw blijkt te zijn en die het, gezien het masker, op de ogen of het aangezicht van de ik gemunt heeft.

Het allegorische karakter blijkt hier vooral op het eind: Dat hoofd is toegemetseld om aan de aanvallen van de vogel te weerstaan, maar het gevolg is natuurlijk ook dat het blind, doof, stom en letter-. Is dat Gils' beeld van de moderne mens: Het moge duidelijk zijn: Onder het mom van zijn eigen vooruitgang wordt de mens ongenadig fijngemalen. Gils ontrafelt de geniepige retoriek die wordt gehanteerd: De ik in het verhaal denkt aan de sociale zelfvervreemding te kunnen ontkomen door zichzelf te verdubbelen: Niet dat Gils van de kunst verwachtte dat zij het verlies zou compenseren.

Zijn in zekere zin al even moderne nuchterheid weerhield hem van dit soort romantiek.








Gratis sexs sexcontact groningen